Dit is waarom:
* Lage dichtheid van sensorische receptoren: De bovenlip heeft een relatief lage dichtheid van mechanoreceptoren, de sensorische receptoren die verantwoordelijk zijn voor aanraking en druk.
* Grotere receptieve velden: De receptieve velden van deze receptoren zijn groter, wat betekent dat elke receptor een groter huidgebied bedekt. Dit maakt het moeilijker om onderscheid te maken tussen twee afzonderlijke stimulatiepunten.
Vergelijking met andere gebieden:
De tweepunts-discriminatiedrempel is veel lager in gebieden met een hogere dichtheid van mechanoreceptoren en kleinere receptieve velden, zoals de vingertoppen. Daarom kunnen we gemakkelijk twee punten onder onze vingertoppen onderscheiden, terwijl het veel moeilijker is op de bovenlip.
Praktische implicaties:
Het slechte tweepunts-discriminatievermogen van de bovenlip verklaart waarom we de individuele haren op onze bovenlip niet kunnen voelen, of waarom het moeilijk is om onderscheid te maken tussen twee nauw geplaatste objecten op de bovenlip.
Opmerking: Het is vermeldenswaard dat de bovenlip een rol speelt in tactiele perceptie, met name in de context van liplezing en de perceptie van voedseltextuur. Het vermogen ervan om fijne ruimtelijke details te onderscheiden is echter beperkt.